De bron van zand

Zand is bijna overal te vinden. Het vormt duinen en stranden langs de kust. Zand komt ook voor langs en in rivieren en stroompjes, in en om meren, in grotten, mijnen en zandafgravingen, op bergwanden en heuvels, bij gletsjers, in de woestijn en als sediment in de zeeën. Er bestaan heel veel verschillende soorten zand, ieder met een eigen geologische samenstelling en unieke eigenschappen. Bepaalde soorten zand zijn alleen in de tropen te vinden, anderen in de nabijheid van vulkanisme. Vaak is aan zand te zien waar het vandaan komt, want de herkomst bepaalt de kleur en samenstelling. De mate van afronding, sortering en korrelgrootte zeggen iets over de weg die het zand heeft afgelegd.

Rivierzand (fluviatiel zand)
Zand wordt aangevoerd door rivieren. Hoe sneller een rivier stroomt, hoe groter de deeltjes die zij kan vervoeren. Zodra de snelheid afneemt,  zullen grotere korrels blijven liggen en worden alleen de kleinere nog meegenomen. Doordat de snelheid van een rivier stroomafwaarts afneemt,  zul je stroomafwaarts ook steeds fijnere korrels tegenkomen. Rivierzand wordt ook wel eens aangeduid met de term 'scherp zand' en inderdaad, de korrels zijn vrij hoekig. Stroomafwaarts neemt deze 'hoekigheid' af.

meer info volgt.

bron: Wikipedia, Geologie van Nederland

Klopt er iets niet, of heb je aanvullende informatie die hier goed tussen zou passen. Laat het weten via de comments hieronder, of neem contact met me op via het contactformulier.

Add comment

Submit